• Alweer de 14de jaarwissel

    Alweer 14 jaar in Portugal en het lijkt traditie te worden om op nieuwjaarsdag een stevige wandeling te maken. De duik slaan we dit keer over. We zijn al een tijdje fan van Rota Vicentina met wandelingen langs de westkust. Sinds vorig jaar hebben ze ook wandelingen die wat dichter bij ons in het binnenland lopen. Op hun site downloaden we de wandeling rond S. Martinho das Amoreiras.

    De wandeling gaat door een streek die we niet heel erg goed kennen. Jaren geleden, op een vakantie in de buurt van Odemira, zijn we daar geweest. We woonden nog in Nederland. Het is een rondwandeling rondom het dorp zodat we uiteindelijk weer bij de auto uitkomen, altijd fijn als je weer naar huis wilt.

    De wandeling was een makkie. Lichte stijgingen en dalingen door een prachtig stuk natuur. Het dorp San Martinho ademt nog de sfeer uit van het oude Portugal. Klinkers op straat, witte huizen en een beetje bergachtig. Bijna geen moderne huizen en leuke, verrassende doorkijkjes. We kijken onze ogen uit. Heerlijk om weer dat authentieke gevoel van ontdekken en vakantie te voelen.

    We liepen grotendeels over zandpaden en -wegen zodat ook Luna voor een groot deel los kon lopen. Die is altijd helemaal enthousiast als ze ergens kan lopen waar ze nog nooit eerder is geweest dus ze rook haar neus uit. En wij genoten mee. Wat een leuke wandeling en wat een heerlijk ouderwets gevoel van Portugal. Hoe mooi is dat om zo het nieuwe jaar te beginnen.

  • OEPS: wie schrijft, blijft

    Dan is het ineens 2021. Juli nog wel en zo te zien buitelden de blogs niet over elkaar in ons LIMONADA-glas. Toch is er veel gebeurd, en geschreven, sinds de laatste blog van onze site. We schrijven ook voor de website “Saudades de Portugal” onder de naam “Kronkelpad”.

     

    Vandaag is de 30ste Kronkelpad verschenen waarin een beeld geschetst wordt van vreemde gasten die we af en toe op ons domein over de vloer krijgen. Verrassend anders dan de gasten die ik beschreef in nr. 18 maar ook wel bij de beesten af. Op dat moment was de pandemie zo’n 3 maanden aan de gang en begon het hoogseizoen van 2020 zich alsnog positief te manifesteren. Toch werd het niet zo druk dat we niet meer konden schrijven, ook maakte Covid niet zo’n indruk dat de inspiratie over was. Het was, is nog steeds, een rare tijd. Het dorpscafé dat dicht ging maar waar de eerste geruchten over een vreemd virus nog besproken werden, het lokale dorpsnieuws dat je ineens mist, een “illegale” avond bij vrienden in de eerste noodtoestand periode. Het zijn allemaal onderwerpen waar we over geblogd hebben maar verzuimd hebben om dat als ingrediënten aan onze Limonada toe te voegen.

     

    Gelukkig zijn de blogs van “kronkelpad” nog steeds te lezen en staan er een paar gelinkt in de bovenstaande tekst. Voor de liefhebbers van de verhalen over ons leven in dit mooie rustige deel van Portugal: lees ze alle dertig .

  • Guerrilha na rua

    We wonen in een modern land. Toen we 14 jaar geleden definitief voor Portugal kozen voelde dat anders. Het leven hier was trager en speelde zich vooral “amanha” af. Inmiddels heeft de Portugese economie EN de volksmentaliteit duidelijk een inhaalslag gemaakt qua efficiëntie en bereikbaarheid. Ik lees onder andere dat Portugal op de 2de plaats staat als het gaat om “het-land-met-de-beste-wegen-in-Europa”. Deze lijst is gepubliceerd door de Europese Commissie, die ook het grootste deel van die wegen heeft gefinancierd. Maar toch, logistiek gezien schiet Portugal ver uit boven de gemiddelde Europese efficiëntie en snelheid. Nadeel is dat er op die bijna-beste wegen van Portugal ontzettend hard gereden wordt.

    Guerrillamarketing is een marketingtechniek die met weinig budget een groot effect teweeg wil brengen. Deze vorm van reclame is er op uit om in “no-time” veel aandacht te krijgen en maakt veelal gebruik van humorvolle effecten. Vaak zijn de kosten een schijntje van het budget die dure campagnes met zich meebrengen.

    Een paar jaar geleden werd in America, Chicago om precies te zijn, een prachtige stunt verzonnen om Pioneer schokbrekers te promoten. Er werden op verschillende snelwegen stickers van vreselijk grote gaten op het wegdek geplakt. Als je er overheen reed voelde je natuurlijk niets hetgeen het gevoel van die schokbreker suggereerde. Bijkomend effect van die stickers was dat mensen, bij het zien van die grote gaten, ineens gingen remmen en rustiger reden. Een prima snelheidsbeperkend middel dus. In die hoedanigheid zijn ze ook toegepast bij afslagen in Manhattan en andere grote steden. Dat was nog eens een uitvinding van die Amerikanen. Geen dure snelheidscamera’s, flitsapparatuur, verkeersdrempels of andere zware uitgaven. Slechts een goede buitenkwaliteit sticker voldeed. Nadeel was dat, na een tijdje, de snelheidsduivels doorkregen dat het geen echte gaten waren maar slechts een 2-dimensionale weergave daarvan. Ze reden, na de gewenning, gewoon weer met een rotgang over die “gaten”.

    Een waarschuwing voor Mr. Trump: Waar gedacht werd dat America First was in het “slim-en-budgetvriendelijk-snelheid-beperken” is nu sprake van innovatieve, nieuwe spelers op die markt!

    Het is me nog niet zolang geleden overkomen dat ik, na een gezellige avond in een stadje 80 km verderop, vastliep in een gat in het Portugese wegdek. Het was een binnenweg, donker en laat. Het bed riep, mijn snelheid was gelijk aan de afstand naar het stadje. De gedachten dwaalde af. Paf, een immens zwart gat, waar de gemiddelde sterrenkundige jaloers op zou zijn, maakte aanstalten mij, inclusief mijn auto, te verzwelgen. Remmen was geen optie, de klap ook niet, het was een feit. Een ruk naar links, mijn stuur draaide mijn arm uit de kom. Sh.t, sh.t, sh.t, Ik wist niet dat ik het in me had, zoveel lelijks tegen de binnenkant van mijn voorruit schreeuwen. Nadat ik, in de onheilspellende stilte van het totale luchtledige, het midden van het zwarte gat betrad, kon ik, na nog zwaardere verwensingen waarvan ik nu weet dat ik het in me heb, met moeite de reserveband aanbrengen.

    De volgende ochtend werd een niets vermoedende ambtenaar van de Gemeente Aljustrel over de toonbank getrokken. De schadeclaim werd betaald. Op de terugrit was ik op mijn hoede. Grote 3D-gaten blijken elkaar als magneten aan te trekken. Een astronomisch wonder. Het wegdek heeft inmiddels een structuur aangenomen waarvan kaasmakers uit Emmenthal natte dromen krijgen.

    Het blijkt, na intensief onderzoek mijnerzijds, de Portugese 3-dimensionale door-ontwikkeling te zijn van de Amerikaanse 2-dimensionale snelheidsremmer. Door goede guerrilha-marketingbureaus in te huren gaat Portugal zelfs Amerika van de troon stoten als meest innovatieve land op gebied van snelheidsbeperking. Een ware guerrilha-actie: de gaten verschijnen vanzelf door heel Portugal, worden automatisch groter en besparen je het onderhoud aan wegen.

    We leven in een modern land.

  • Klem tussen de paarden

    Was er niet iets met paarden? Ieder jaar vraag ik het weer aan Margriet als het mei is. Een bedevaart met paarden en koetsen in een stadje 50km verderop. De aanplakbiljetten reiken niet tot hier. Het is een ritueel dat ieder jaar in mei gebeurt: die vraag. Dit jaar was ik er iets eerder bij. Ergens in een achterkamertje van mijn geheugen jeukte een waarschuwing dat die paarden in mei al terug zijn naar hun eigen wei.

    22 april. Het is maandag, administratie-dag, heb er een hekel aan. Ik google Viana de Alentejo en zie paarden op het scherm. De Romaria start 24 april. Ik kijk naar de agenda, vol. Ik kijk Margriet aan: het komt er dit jaar niet van. Jammer, het zal maar op je bucket-list staan. Ik heb alleen een verlanglijstje. Ik lees de geschiedenis. Moita, een vissersdorp onder de rook van Lissabon. Boeren, biddend voor een goede oogst, stappen te paard met hun “Nossa Senhora de Boa Viagem” naar een kerk 150 km landinwaarts waar “Nossa Senhora d’Aires” staat: Viana do Alentejo. De trip duurt 4 dagen. Er wordt gereisd over stoffig pad en zanderig land. De dagen  gaan gepaard met muziek, dans en devotie. Ik vind het stoer: in verbeelding zie ik stralend zonlicht door fotogenieke stofwolken schieten, ruik ik schurend tuigleer en hoor paarden snuiven, wagens kraken en ruiters vrolijk naar elkaar roepen. Eens gaat het gebeuren. De processie vindt al jaren plaats, wanneer het begonnen is weet niemand. De Capela van Moita is gefundeerd op resten uit 1631. Viana do Alentejo had er toen 49 jaar al een. Wanneer het wéér begonnen is lees ik op internet. Dit jaar is de 19de bedevaart. Opgeleefd na verbod en afwezigheid van 70 jaar, of waren er 69 goede oogsten en bedevaarten onbelangrijk?

    De week gaat voort. Gasten komen en gaan. Er wordt veel gereisd en vakantie gevierd rondom 25 april. Nationale herdenking van de Anjer Revolutie, zeg maar de “5 mei” van Portugal. Er wordt gewassen, gestreken en geboend en het wordt gewoon Zaterdag 27 april. De laatste gasten komen op tijd. De rondleiding volgt, de uitleg is duidelijk. Het is zeven uur, de zon rood-oranje en op weg naar de zee in het westen. We kijken elkaar aan, pakken de camera en springen in de auto. Een groot half uur later staan we in Viana do Alentejo. Paarden snuiven, wagens kraken, tuigleer geurt. Er wordt gelachen, geroepen, geshowd, gekeken. Er is kermis, farturas, suikerspin. Naar devotie is het zoeken, er staat wel een zwart stalen offerbak met gesmolten kaarsen, het rijtuigje met “onze lieve vrouwe van de goede reis” staat er bijna onopvallend naast. Het wordt uitgespannen.

    We lopen rond, schieten foto’s, zien paarden, campers, trailers, 4-wheel-drives en houten karren. Rijke Portugezen en arme zigeuners. Contrasten en overeenkomsten. Het is een wonderlijk festijn, wat wil je ook met 2 heilige beelden.

    De dag loopt op zijn eind. Zo veel te zien, te fotograferen. Klik, klik, kl… k, accu leeg. Vergeten op te laden na de Maratona Fotografica in Aljustrel. Ik zie ruiters op hun mobiel kijken, met hun telefoon bezig: contrasten. Devotie en techniek: het leven gaat door. Ik besluit “Romaria a Cavalo 2020” alvast in mijn smartphone-agenda te zetten. Vier dagen voor de vierde zondag van april.

  • De geheime rituelen van De Heilige Sortimat und Die Holzbuben.

    Mummelend en schoorvoetend verdwijnt de man achter het houten schot. Haast verontschuldigend schuifelt hij, op wat gestommel na, bijna onhoorbaar uit zicht om eindeloos later weer tevoorschijn te komen. Een stapel vers geprinte papieren quasi-sorterend in zijn handen. Een kuchje, een blik gericht op iemand achter mij, een groet prevelend, loopt hij naar zijn altaar, legt de papieren voor iemand neer en begint schijnbaar doelloos een stapel blocnotes op anderen te stapelen. Hij herhaald een zin in onverstaanbaar Alentejaans, de andere kant herhaald bevestiging waarop weer vragend geprevel. Een oneindig mysterieus sorteren begint. Alleen Hij kent zijn diepere beweegredenen. Soms worden er bestelbonnen aan de boekjes toegevoegd, dan weer herschikt. De blocnotes volgen een schier eindeloze weg over gekrast glas. Achter en om mij heen staat een groep zwijgende mannen het geheel toonloos aan te staren. Af en toe stijgt er een gasbel van gemompel op uit dit stille, donkere moeras van werklui en ambachtslieden. Al decennia is dit een dagelijks ritueel. Ik heb het tientallen keren mogen meemaken. Even zovele keren met stijgende verbazing, soms geïrriteerde Nederlandse efficiëntie. Het helpt niet. De gelovigen van de heilige Sortimat zijn standvastig. Ze blijven komen. Zelfs in tijden van stevige crisis, hoewel het bezoek dan frequent minder is.

    Onze Cabana is toe aan renovatie. Na 10 jaar dienst te hebben gedaan als sociaal ontmoetingspunt van ons geliefde “o-vale-da-mudança” werd het tijd om het dak te vernieuwen. Het zat er al een tijd aan te komen, eigenlijk vanaf het begin. Een mooie deal met onze toenmalige aannemer Joaquim, als ruil voor onze zeecontainer. Wij de materialen, hij de mankracht. Joaquim deed zijn best maar had geen verstand van hout gaf hij eerlijk toe. Wij wilden geen betonnen balk vanwege de sfeer. Hout moest het worden, in onze gedachten was het in de oven gedroogd en Scandinavisch. Hij wist wel een zagerij.

    De oude zagerij in Abela kon ons de balk wel leveren. Een dag later kwam de vrachtwagen met een zwiepende, vers gezaagde balk van natte pijnboom. De balk was, tot de dag ervoor, boom geweest. Tegen beter weten in takelde Joaquim hem in de nok, het buigen begon door eigen gewicht. De sporen werden er tegenaan geschroefd, de curve werd dieper. De dakpannen maakten de vorm bijna parabolisch. Joaquim wilde de nokpannen toch redelijk horizontaal hebben en bracht extra lagen specie aan om de zeeg in het dak te compenseren. Het werd een wonderlijke constructie.

    Gedurende de jaren verdroogde en verstijfde het complexe bouwsel tot een gedenkwaardige plaats waar we plezier maakten, onze gasten schaduw vonden en de pizza’s heerlijk smaakten. Vorig jaar werd het tricky. Een storm deed de constructie opwaaien, de terugval deed de betonnen kolommen zuchten. Houtworm deed de rest. Een noodreparatie met staal van de lokale smid en een oude autokrik zorgden voor een veilig seizoen. Tot een paar weken geleden. We durfden het niet nog een jaar aan. Laagseizoen is hoogseizoen voor reparatiewerken.

    Pasen komt eraan, een mooie symbolische tijd om te herrijzen. Daarbij zijn we inmiddels ingewijd in de geheime rituelen van De Heilige Sortimat in São João de Negrilhos en zijn we bekend met een, van origine Duitse firma die handelt in oven gedroogd, gelamineerd en Scandinavisch. We hoeven niet meer, in onze onwetendheid, naar de verkeerde godsdienstbeleider-van-de-eeuwig-klunzende-klusser*: BricoMarché. De Franse doe-het-zelfmarkt waar je voor een veel te hoog bedrag een veel te lage kwaliteit producten mag kopen die niet geschikt zijn voor dat wat je er mee moet kunnen maken. Maar ja, er is niets anders dus rijdt je er steeds weer 40 km voor op en neer…….terwijl je, in gedachte vloekend, aan NL denkt waar je op steenworp afstand van de doe-het-zelfkathedralen Gamma, Praxis en Karwei huisde. Totdat we werden ingewijd in de schimmige rituele wereld van “De Heilige Sortimat” en”Die Holzbuben von Bühler”. De diensten kosten tijd. Voor een bestelling ben je zo een halve dag verder maar het scheelt in ieder geval benzinekosten, ergernis over kwaliteit en het is weer, als vanouds, bijna om de hoek. Daarnaast hebben we een geweldige Portugese eigenschap ontdekt die we nu goed kunnen gebruiken. Gerrit Komrij stelde al eens vast dat de Portugees een meester is in het herstellen van zaken die hij had kunnen voorkomen. Inmiddels kennen we een van onze broeders met deze eigenschap in iets andere setting. Aannemer J. Messias (hij heet echt zo) is vaak onze redder die prima kan herstellen wat wij hadden kunnen voorkomen (als we op de hoogte waren geweest van de lokale mogelijkheden hier). Hij heeft op wonderbaarlijk onzichtbare wijze het metselwerk aangeheeld tot de hoogte van ons nieuwe dak nadat we klaar waren met het maken daarvan. Wat kan een doe-het-zelf-godsdienst toch inspirerend zijn. Laat Pasen maar komen en de nieuwe gelovigen maar boeken, Hallelujah.

     

    • *met dank aan mijn vrienden Jos Bayens en Kris Mandigers voor deze alliteratie.
  • Gezeik van onze gasten

    Een licht gerucht, geritsel van grind, zachte stappen…. het geluid dringt nauwelijks tot me door. Concentratie in de schuur, reparatiewerkzaamheden op zondagmiddag. Een zacht “hallo” triggert me en haalt me uit mijn wereld. De in te korten bout laat ik in de bankschroef, kijk naar buiten en zie een fietser lopen. Voorzichtig, haast schuchter, nadert ze ons huis. De werkplaats is ze al voorbij. Ik zie haar op de rug. “Hallo” beantwoord ik, ze draait zich om. Aftastend Portugees, Duits, Engels. Bij het laatste blijven we hangen.

    Susanne komt uit Lissabon, o uhh.. Duitsland. Ze zoekt een onderkomen voor de nacht. Vandaag komt ze uit VilaNova de Santo Andre gefietst. Het kroegje naast de benzinepomp van Olhas had aangegeven dat wij hier zaten. Waar precies wisten ze daar niet. Ze werd naar Aldeia do Rouquenho gestuurd en zag onze hutten. De klim naar boven was steil, vandaar het lopen.

    We hebben geen plaats. Meer fietsers en wandelaars weten ons dit weekend te vinden, huis en hutten zijn bewoont.. Puck en Nicolien fietsen van Faro naar Lissabon en hebben bij ons een tussenstop, Catarina wil haar gezin de Alentejo laten zien en Filipa en Rui zijn echte wandelaars die hier de natuur ontdekken.

    Ik geef haar enthousiast het adres van Margarida in Ferreira. Een erg leuke B&B in een groen huis, midden in het stadje. Susannes schouders zakken naar de grond. Ze is moe. Nog 10 kilometer fietsen is de druppel. “OK, than I will sleep in the woods”. Haar ogen dwalen af naar het eucalyptusbos naast ons, die van mij vallen uit mijn hoofd. Natuurlijk, denk ik, waarom niet? Achter haar kleurt de lucht zwart. Een regenbui nadert.

    Je kan in onze Cabana, de overkapping bij het zwembad. Open maar het heeft een dak. Haar hangmat past tussen 2 kolommen. Ze is heel blij, ziet de donkere lucht en maakt het zich gezellig. Ik klus verder en maak daarna nog een praatje. Ze heeft kwartier gemaakt, wifi gevonden en de badkamer kunnen gebruiken. “What do I pay?“, de vraag overvalt me, moeten we hier geld voor vragen? Lachend zeg ik dat ze morgen maar moet zeggen wat ze het waard vindt.

    De ochtend geeft zon. In deze tijd kan het mistig zijn, vandaag niet. Onze ochtendrituelen zijn gedaan als we Susanne voor de Cabana in de zon zien zitten. Ik smeer een boterham met kaas (vooroordeel: ze ziet er vegetarisch uit), pak een appel van de fruitschaal en maak een grote kop heet water voor thee. Luna rent met me mee naar buiten, gaat in de knuffelstand als ze Susanne ziet. Die is enthousiast als ze het geïmproviseerde ontbijt ziet. Ze heeft niet goed geslapen, het miezerde vannacht en het lekwater van het dak druppelde haar slaapzak in. Gelukkig had ze een doekdak bij zich. De nattigheid bleef beperkt. Nu warmt ze zich aan de zon en geniet van onze prachtige stek. We praten over haar avontuur, dat ze in Duitsland af en toe in de bossen slaapt, over haar zoon, haar werk als logopedist, haar hang naar voortgaan en ontdekken. Ik vertel over onze Portugese ervaringen, de drang naar verandering, het opbouwen van o-vale-da-mudança, de financiële uitdagingen, het herdershuttenproject. We hebben het over de natuurlijke ontwikkelingen in de Alentejo, de op handen zijne mutatie van glooiend graanlandschap naar heuvels vol olijvenplantages. De bijhorende moeilijkheden met de aanplant van bomen en gewassen, de ontwikkelingen rondom irrigatieprojecten. Als voorbeeld geef ik onze verwoede pogingen om bomen te planten, de graafmachine van Chico uit het dorp, die we iedere keer moeten inhuren als we wat, hoe klein ook, willen planten. Ik vertel van de vele bomen die het uiteindelijk niet hebben gered, gebrek aan ervaring, droogte die ook ons weer overviel, de tijd van jaren die soms nodig lijkt om te kunnen vaststellen of een boom daadwerkelijk is aangeslagen.

    We lopen over het terrein, toon de slangen van de beregening. Ze ziet de soms dichtgeslibde sproeiers. Ik leg uit dat we in de winter niet sproeien en dat het een van de komende voorjaarsklussen is om het hele irrigatiesysteem weer na te lopen en vrij te maken van verstoppende residuen uit het grondwater.

    We komen bij onze laatste aanwinsten, de herdershutten. Verbaast vraagt ze hoe lang die bomen en planten rond de hutten er dan staan. Anderhalf jaar, antwoord ik. De bomen doen het erg goed. Ze zien er sterk, en gezond uit. De haag van Papyrusplanten, die het herdershuttenterras van Choupana Abilardo zoveel privacy geeft, ziet er stevig en florerend uit. De Surinaamse Kers heeft wat lichte vorstschade opgelopen maar je ziet dat ze goed in hun blad zitten. Ik zie het vraagteken op Susannes gezicht: hoezo moeilijkheden bij het planten?

    Ik vertel over de hutten, met name het ecosysteem en over de manier van watergebruik. De Papyrushaag naast de hut is onderdeel van een helofytenfilter. De bacteriën die in de grond en op de wortels van deze planten leven zorgen voor de zuivering van het douche- en waswater dat onze gasten gebruikt hebben. Ik volg met mijn hand de irrigatieslang richting hut en eindig bij de kuil daaronder. Ik laat Susanne de emmers zien waarin de “hardware” en de “software” terecht komen uit het droogtoilet. De inhoud van emmer 1 wordt gecomposteerd, emmer 2 is de “natte” opslagtank. Het daarop aangesloten systeem zorgt voor een optimale verdunning in het irrigatienetwerk rond de hutten.

    “Het groeit hier beter door het gezeik van onze gasten.” We moeten er allebei om lachen. Susanne pakt haar, inmiddels door de zon gedroogde, slaapzak in, rekent een ongekend mooi bedrag af en vertrekt. “Wat hebben wij toch altijd leuke gasten”, denk ik.

  • o-vale-da-mudança sluit haar poorten…

    Het was geweldig….. en vermoeiend. De olijvencampagne. Ieder jaar kijken we met verlangen uit naar deze week in november. Samen werken, samen plezier maken en samen een stukje Portugal ontdekken. In basis is dat de blauwdruk van onze plukweek. Een blauwdruk die aanslaat, onze kleinschaligheid benadrukt en jaarlijks een gevarieerde ploeg naar O vale da Mudança haalt. Familie, vrienden, vrienden van vrienden, vrienden van familie, familie van vrienden: ieder jaar krijgen we te veel aanmeldingen. We hebben leuke familie en vrienden met leuke familie en vrienden. Genoeg om wel drie weken te vullen….. De door de “onbekende-notaris” gestuurde loting is een must en een bevalling. En zoals trotse ouders betaamd bevallen we ieder jaar weer van een geweldig mooie, grappige, vrolijke plukploeg.

    Onze boomgaard is klein. Een olival met 35 oude Galega-olijfbomen. Die van Monte da Madeira heeft 40 van deze prachtige hoogstam bomen. De bomen zijn tussen de 80 en de 100 jaar oud en, voor dat wij begonnen met plukken, jaren verwaarloost. In 2011 zijn we gaan schonen en tijdens de pluk wordt er vrolijk, soms te, op los gesnoeid. De bomen verjongen naarmate de jaren verstrijken. De adviezen van autochtone olijfboeren Abilardo en José werpen letterlijk hun vruchten af. De oogsten worden gaandeweg groter, dit jaar 2024kg.

    Het lijkt wel alsof het enthousiasme van onze plukkers overslaat op onze bomen. Een mooi cadeau als resultaat van de symbiose tussen mens en natuur. De kruiden en planten die jaarlijks op ons terrein groeien werken we, na de bloei, in de grond. Kunstmest en insecticiden gebruiken we niet. Het is een bewuste keuze. Soms met ongewilde gevolgen, zoals in 2014, toen een schimmel aan de pootjes van een minuscuul vliegje, dat zich verplaatste van de Atlantische kust tot aan de Egeïsche Zee, de hele oogst liet verschrompelen. Meestal met gewilde gevolgen, zoals dit jaar. Hoewel zware voorjaarsregen de bloesem van veel omringende olijfgaarden richting zee heeft afgevoerd zijn wij daarvoor gespaard gebleven en kon de bloesem zich in de zomerse zon ontwikkelen tot mooie, volle olijven.

    Het was een gezellige pluk, een volle oogst en een leerzame week van plukken, lekker eten, humor, lachen en soms een traan, met tai chi/qi gong, en altijd respect voor elkaar. Een waardige afsluiting van een heerlijk toeristisch seizoen vol drukte, lange, gloedvolle avonden, prachtige gesprekken, fijne ontmoetingen, uilen-vangsten, witte wijn en vruchtensap, een expositie in Lissabon en ook van huizen poetsen, wisseldagen, boodschappen, organiseren en vooral genieten. Een waardige tijd om de poorten van o-vale-da-mudança te sluiten….

    …voor even. Een weekje naar buurland Spanje, een bezoek aan Ronda en Cádiz heeft de batterij weer opgeladen om het naseizoen aan te kunnen en de nodige herstelwerken en opfrisbeurten te realiseren. De salitre is weggewerkt, Casa Oliveira heeft een nieuwe laag verf, de houtvoorraad ligt op de stapel. Laat 2019 maar komen.

  • Explosies in de Rua de Mil Flores,

     

    De zon kruipt langzaam tevoorschijn en schijnt op het natte land. Er hangt voorjaar in de lucht en de nevels trekken langzaam weg. Het waren natte maanden, februari en maart, en langzaam trekt de vochtsluier op. Het is ongelooflijk groen. Alle regen van de afgelopen weken zorgt voor een ideale bodem voor nieuw leven. Half april en het zindert in de lucht. Vogels vliegen af en aan en zorgen voor een waar fluitconcert. Er dreigt iets. Je voelt dat het gaat komen maar echt je vinger erop leggen is onmogelijk.

    Ieder jaar rond deze tijd gebeurt het weer, alleen…. wanneer? De eerste lichte klingetjes van de kleine witte sneeuwklokjes, ondersteund door de zwaardere dreunen van steenrode, wilde zuring. Kleine kleurexplosies in het felle groen. Langzaam volgen de kleurknallen elkaar steeds sneller op. Het felle roze en wit van de zonneroosjes, hele velden met het lichte lila van de distel afgewisseld met het tere citroengeel van gevlekte zandroosjes. De explosies worden na een week of 2 alleen maar heftiger, zwaar paars van het slangenkruid, en de bijna mitrailleur-achtige knallen van de hordes rode klaprozen….. Het is oorverdovend kleurrijk in de maanden april en mei.

    Wat een genot om dit ieder jaar weer te aanschouwen langs het ook dit jaar weer door ons gemaaide wandelpad over ons terrein. We noemen het onze Rua de Mil Flores…… en dan heb ik een beetje gelogen want het zijn zeker meer dan duizend bloemen die een grote explosie veroorzaken van geuren en kleuren. Wees gerust, volgend jaar gebeurt het weer.

  • Rota Turbulência, 10 jaar onderweg: de gordijnen zijn eindelijk gewassen…

    De wasmachine draait. Ik zit in de auto te wachten tot hij klaar is. Er staan mensen ongeduldig naar mijn draaikolk te kijken. Nog 10 minuten, dan is 10 jaar geschiedenis schoongespoeld. Het klinkt absurd en het is wat het is: 20 februari 2008, het jaar dat we ons hier in Portugal vestigden. Op de locatie waar nu mijn gordijnen schoongespoeld worden stond toen bijna niets. Een scheef gezakt betonnen bankje, soms steun gevend aan een zwartgekleed oudje die met haar boodschapjes net de parkeerplaats afgestrompeld was, soms ankerpunt voor wat losgeslagen jeugd, verveeld wachtend op een van de weinige bussen van of naar school.  De parkeerplaats van toen-ook-al-Intermarché zag er verlaten uit. De supermarkt zelf stonk en leidde duidelijk aan armoede. Inmiddels is de afgebladderde gevel vervangen door nieuwe frisheid. De moderne huisstijl die iedere Intermarché nu siert. De visafdeling ruikt fris en het assortiment is vermondialiseerd…. EN ik kan tegenwoordig gordijnen wassen in een grote 18kg trommel voor “weinig”. Je kunt zeggen dat Portugal langzaam onder een vale grauwsluier uit kruipt. Het is prettig om te zien dat in dit door ons gekozen nieuwe woonland, de mensen het ook steeds beter krijgen en er een groter aanbod is van producten en luxe. De keerzijde is dat we ongemerkt opmerken dat er veel van de tradities en oude gebruiken, waar we zo op vielen, verdwijnen. De globalisering raakt dit land hoewel het altijd wel ruim, zonnig en stil zal blijven.

    De toeschouwers worden onrustig, er draait niets meer. Ik neem de wasmand uit de auto en haal mijn gordijn uit de trommel. Ik ga ze thuis ophangen. Voor de tweede keer. Ik realiseer me dat ze in de 10 jaar dat we hier wonen nooit gewassen zijn. Het kwam er niet van. Ze hingen er, onderdeel van de dagelijkse routine, onopgemerkt onderdeel van ons bestaan. Stille getuige van wat we de afgelopen jaren aan goede en slechte ervaringen hebben meegemaakt. Dat is niet helemaal juist want ons avontuur begon twee jaar eerder met de aanschaf van de grond. Er was toen nog geen huis om gordijnen op te hangen, wel de plannen en het enthousiasme over de plek, de stilte, de rust, iets nieuws opzetten met z’n tweeën. Na jaren dromen startte de realisatie en het over de grens gaan. Ineens stonden we in onze wei: een heuvel van 12 meter hoog, een stroompje, 35 olijfbomen e-mais-nada. We kenden de plek vanuit de zomer in 2005. Dor, droog, bruin, distels en zilver grijsgroen van olijvenbomen. Weerbarstig joeg de wind zijn typisch Alentejaanse tornado’s vol stof en eucalyptusfris over het land. ONS land. In maart 2006 kwamen we terug om te tekenen. De lente frisheid spatte van het land. Regenwaterstroompjes liepen over de weg, de beek was gevuld en 10 meter breed, 50 kleuren groen. Op ons terrein overal kamille, alom nieuw leven en wij waren daar onderdeel van. Het begon te groeien. Het ouderlijk bezoek in juni (wat gaan die kinderen nu weer doen), praten over plannen, de boorput, hulp van Portugese zijde, de stadsarchitect, familie-interesse, de caravan brengen met “ons pa”, het pomphuis, de eerste irrigatie met behulp van onze kunst-vrienden, BBQ-en op ons eigen terrein, steun uit de buurt, nieuwe vrienden, dorpsgenoten, onze honden: het gaf ontzettend veel positieve energie. Genoeg om de voorbereiding om te zetten in weloverwogen daden en 10 jaar geleden definitief hier te komen. Natuurlijk waren er ook trubbels en ik zou een neus hebben in het kwadraat van die van Pinokkio als ik beweerde dat we er nooit doorheen zaten. Gelukkig hadden we elkaar, goede vrienden, fijne familie, hele goede onderaannemers en contacten met oude collega’s in Nederland waardoor we verschrikkelijk veel veerkracht en mogelijkheden kregen om onze droom te blijven realiseren…… EN we hadden de overkant.

    De overkant, de andere kant van ons dal, of moet ik zeggen de tweede heuvel op ons terrein. Van pallets hebben we 2 stoelen gemaakt op de top. Ons rustpunt. Uitkijkpunt naar heuvel een. Onze Mirador, vanwaar we de resultaten van onze arbeid rustig konden bezien. Stilteplek, brenger van nieuwe hoop en kracht als het even tegenzat of we moe waren van het werk. Het gastenhuis kwam af met hulp van collega’s, ons eigen huis volgde maanden later, de gordijnen werden opgehangen. Onze eigen, veilige plek een feit.

    De gasten kwamen, brachten enthousiasme mee en meters geduld. Het terrein werd ontwikkeld, het zwembad, de cabana, de pizza-oven. Het huizenbestand mochten we uitbreiden en beheren, eerst een, later een tweede. Er kwamen meer gasten, er kwamen gasten terug, soms wel voor de zevende keer (hoe mooi is dat?). Af en toe splitsen onze wegen in twee gescheiden rijbanen dezelfde richting in. Er moet worden bijverdiend in Nederland, gedraaid worden in Portugal. Gevolg van een keuze en brenger van nieuwe ontwikkelingen: De Herdershut. Inmiddels hebben we er 2: Choupana Abilardo en Choupana ChicoZé. Beide hutten, gebaseerd op oude wagens uit de streek en vernoemd naar schaapherders uit de buurt die we de afgelopen 10 jaar hebben leren kennen en helaas ook weer moesten loslaten: herder zijn is een uitstervend beroep.

    We zijn weer thuis. Hangen het gordijn op. Tien meter parelgrijs verduisteringsdoek met een hoogte van tweeënhalve meter. De wasbeurt, in samenwerking met het sterkere uv-licht hier, heeft iets moois toegevoegd aan de stof. Het is frisser, schoner en er zit een interessant patroon aan de achterzijde van het anders zo effen grijze gordijn. Het lijkt of een kunstenaar een motief heeft geëtst in de backout-laag. Delen zijn weggespoeld en vormen het motief van een groot bladerdak waar de zon doorheen speelt. We worden er vrolijk van. Zon en Schaduw die samen iets nieuws en moois creëerden: een nieuw gordijn met 10 jaar ervaring. We gaan het andere gordijn ook doen.