• De geheime rituelen van De Heilige Sortimat und Die Holzbuben.

    Mummelend en schoorvoetend verdwijnt de man achter het houten schot. Haast verontschuldigend schuifelt hij, op wat gestommel na, bijna onhoorbaar uit zicht om eindeloos later weer tevoorschijn te komen. Een stapel vers geprinte papieren quasi-sorterend in zijn handen. Een kuchje, een blik gericht op iemand achter mij, een groet prevelend, loopt hij naar zijn altaar, legt de papieren voor iemand neer en begint schijnbaar doelloos een stapel blocnotes op anderen te stapelen. Hij herhaald een zin in onverstaanbaar Alentejaans, de andere kant herhaald bevestiging waarop weer vragend geprevel. Een oneindig mysterieus sorteren begint. Alleen Hij kent zijn diepere beweegredenen. Soms worden er bestelbonnen aan de boekjes toegevoegd, dan weer herschikt. De blocnotes volgen een schier eindeloze weg over gekrast glas. Achter en om mij heen staat een groep zwijgende mannen het geheel toonloos aan te staren. Af en toe stijgt er een gasbel van gemompel op uit dit stille, donkere moeras van werklui en ambachtslieden. Al decennia is dit een dagelijks ritueel. Ik heb het tientallen keren mogen meemaken. Even zovele keren met stijgende verbazing, soms geïrriteerde Nederlandse efficiëntie. Het helpt niet. De gelovigen van de heilige Sortimat zijn standvastig. Ze blijven komen. Zelfs in tijden van stevige crisis, hoewel het bezoek dan frequent minder is.

    Onze Cabana is toe aan renovatie. Na 10 jaar dienst te hebben gedaan als sociaal ontmoetingspunt van ons geliefde “o-vale-da-mudança” werd het tijd om het dak te vernieuwen. Het zat er al een tijd aan te komen, eigenlijk vanaf het begin. Een mooie deal met onze toenmalige aannemer Joaquim, als ruil voor onze zeecontainer. Wij de materialen, hij de mankracht. Joaquim deed zijn best maar had geen verstand van hout gaf hij eerlijk toe. Wij wilden geen betonnen balk vanwege de sfeer. Hout moest het worden, in onze gedachten was het in de oven gedroogd en Scandinavisch. Hij wist wel een zagerij.

    De oude zagerij in Abela kon ons de balk wel leveren. Een dag later kwam de vrachtwagen met een zwiepende, vers gezaagde balk van natte pijnboom. De balk was, tot de dag ervoor, boom geweest. Tegen beter weten in takelde Joaquim hem in de nok, het buigen begon door eigen gewicht. De sporen werden er tegenaan geschroefd, de curve werd dieper. De dakpannen maakten de vorm bijna parabolisch. Joaquim wilde de nokpannen toch redelijk horizontaal hebben en bracht extra lagen specie aan om de zeeg in het dak te compenseren. Het werd een wonderlijke constructie.

    Gedurende de jaren verdroogde en verstijfde het complexe bouwsel tot een gedenkwaardige plaats waar we plezier maakten, onze gasten schaduw vonden en de pizza’s heerlijk smaakten. Vorig jaar werd het tricky. Een storm deed de constructie opwaaien, de terugval deed de betonnen kolommen zuchten. Houtworm deed de rest. Een noodreparatie met staal van de lokale smid en een oude autokrik zorgden voor een veilig seizoen. Tot een paar weken geleden. We durfden het niet nog een jaar aan. Laagseizoen is hoogseizoen voor reparatiewerken.

    Pasen komt eraan, een mooie symbolische tijd om te herrijzen. Daarbij zijn we inmiddels ingewijd in de geheime rituelen van De Heilige Sortimat in São João de Negrilhos en zijn we bekend met een, van origine Duitse firma die handelt in oven gedroogd, gelamineerd en Scandinavisch. We hoeven niet meer, in onze onwetendheid, naar de verkeerde godsdienstbeleider-van-de-eeuwig-klunzende-klusser*: BricoMarché. De Franse doe-het-zelfmarkt waar je voor een veel te hoog bedrag een veel te lage kwaliteit producten mag kopen die niet geschikt zijn voor dat wat je er mee moet kunnen maken. Maar ja, er is niets anders dus rijdt je er steeds weer 40 km voor op en neer…….terwijl je, in gedachte vloekend, aan NL denkt waar je op steenworp afstand van de doe-het-zelfkathedralen Gamma, Praxis en Karwei huisde. Totdat we werden ingewijd in de schimmige rituele wereld van “De Heilige Sortimat” en”Die Holzbuben von Bühler”. De diensten kosten tijd. Voor een bestelling ben je zo een halve dag verder maar het scheelt in ieder geval benzinekosten, ergernis over kwaliteit en het is weer, als vanouds, bijna om de hoek. Daarnaast hebben we een geweldige Portugese eigenschap ontdekt die we nu goed kunnen gebruiken. Gerrit Komrij stelde al eens vast dat de Portugees een meester is in het herstellen van zaken die hij had kunnen voorkomen. Inmiddels kennen we een van onze broeders met deze eigenschap in iets andere setting. Aannemer J. Messias (hij heet echt zo) is vaak onze redder die prima kan herstellen wat wij hadden kunnen voorkomen (als we op de hoogte waren geweest van de lokale mogelijkheden hier). Hij heeft op wonderbaarlijk onzichtbare wijze het metselwerk aangeheeld tot de hoogte van ons nieuwe dak nadat we klaar waren met het maken daarvan. Wat kan een doe-het-zelf-godsdienst toch inspirerend zijn. Laat Pasen maar komen en de nieuwe gelovigen maar boeken, Hallelujah.

     

    • *met dank aan mijn vrienden Jos Bayens en Kris Mandigers voor deze alliteratie.
  • Wát, heeft onze site geen blog???

    De aanrader van 2019: wat doet je website nog zonder blog? Wat doe jij nog zonder blog?

    Natuurlijk, je houdt vrije tijd over. Tijd voor een drankje terwijl je niets doet. Wat mis je? Niets, of het moet zijn dat je het leuk vindt om je bezigheden te delen met je wereld, anekdotes die de moeite van het vertellen waard zijn en vooral ingaan op het leven in Portugal en informatie geven over een ander stuk van Europa. Wat maakt Portugal zo’n leuk, soms raar of in ieder geval ander land dan Nederland en België. Hoe mooi is het om een tip van de sluier op te lichten van een land waar het zo verdomd prettig is om op vakantie te gaan, waar we nog steeds nieuwe dingen ontdekken, meemaken, beleven. En hoe leuk is het als je door je schrijfsels mensen enthousiast maakt en reacties krijgt over hun ervaringen. Bijkomend voordeel: het houdt het je scherp, creatief en maakt zelfs slimmer… hoewel dat laatste natuurlijk niet echt meer hoeft 😊.

    Het is warm. De hitte van de middag eist verkoeling. We bestellen Limonada op het terras voor de Philharmonia. Midden in Ferreira do Alentejo. Een leuk dorp… sorry stad. Het bestaat al lang. De festiviteiten waren 2 jaar geleden. Koning Dinis had 500 jaar daarvoor stadsrechten uitgedeeld. Het stadje kennen we daar al 3% jaren van. In december 2004 waren we hier voor het eerst. We hadden prachtig weer die week. Kijkend of we in Portugal wilden wonen en waar dan. De streek Alentejo sprak ons aan. Weidse vlakten, beboste heuvels met kurkeiken en aanverwant spul. Dat dit landschapstype “montada” werd genoemd hoorden we pas jaren later. Dat Ferreira do Alentejo het niet ging worden wisten we direct: het was koud, moesten aan de Alentejaanse melancholie wennen. Er was betaald parkeren in de straat waar Margriet een klein kledingwinkeltje zag. Iets wat we nog in geen enkel dorp op onze ontdekkingstocht waren tegengekomen: betaald parkeren.

    We wisten toen niet dat we er twee jaar later een stuk grond zouden kopen. Vol met kamille en hoog groen. De verrassing van de eeuw want het bod dat we deden was voor een stuk grond dat overwoekerd was met distel en dorre bomen. Stijve eucalyptussen stond als droge wachters de aanjagende noorderwind op te vangen. Kleine tornado’s joegen door het stof en de bloedhitte steeg zinderend boven de heuvels. Verhoutte olijfbomen stonden gekreukeld en knokig verspreid over de 5 hectare betonklei, die trok aan, stootte af, als een weerbarstig magneet, wel… niet… wel… niet… Het terrein had iets, of niets, of toch. We kregen er de vinger niet achter, liet ons niet los. Terug in het dorp sloeg de warmte nog harder binnen. De zon doorstoofde de Portugese calçadas. Het vage terras, voor het clubhuis van de fanfare op het plein, was er nog niet. Je kon er wel iets drinken, binnen in de koelte van dikke muren en hoge plafonds. Glorie uit vervlogen tijden, foto’s van dik besnorde en buikige ereleden. Het werd een Portugees drankje, dorstlessend, eenvoudig en verfrissend simpel, iets met citroen, ijswater, een muntblaadje: Limonada.

    Met de frisheid van de citroenen kwam het inzicht. Het terrein had potentie. Het was niets, droge dorheid misschien. De streek had water…in de grond. Er was iets van te maken. En bereikbaar met een asfaltweg, precies tussen vliegvelden: Lissabon en Faro. Inzicht werd enthousiasme, een bod, een koop.

    Wat we toen niet wisten: hoe een web blog was. Bloggen bestond niet in onze wereld. De grondaankoop was een droom, werd enthousiasme, de schouders eronder, een gastenstek, een woonplek, een vakantieverblijf, een vakantiebedrijf en bovenal een plaats om de liefde voor Portugal te delen met anderen. Er kwam een website, daarna een vernieuwde website met een podium en uitlaatklep om verhalen te vertellen en toekomstige gasten hun dorst naar informatie en kennis over Portugal en o-vale-da-mudança te lessen met verfrissende, simpele en soms kruidige informatie. Onze blog was geboren: Limonada.

    Onze blog Limonada is sinds augustus 2016 te lezen via onze website en omdat we het leuk vinden om over Portugal te schrijven doen we dat sinds februari 2019 ook elke 4e donderdag van de maand op saudadesdeportugal onder de naam Kronkelpad.

  • Gezeik van onze gasten

    Een licht gerucht, geritsel van grind, zachte stappen…. het geluid dringt nauwelijks tot me door. Concentratie in de schuur, reparatiewerkzaamheden op zondagmiddag. Een zacht “hallo” triggert me en haalt me uit mijn wereld. De in te korten bout laat ik in de bankschroef, kijk naar buiten en zie een fietser lopen. Voorzichtig, haast schuchter, nadert ze ons huis. De werkplaats is ze al voorbij. Ik zie haar op de rug. “Hallo” beantwoord ik, ze draait zich om. Aftastend Portugees, Duits, Engels. Bij het laatste blijven we hangen.

    Susanne komt uit Lissabon, o uhh.. Duitsland. Ze zoekt een onderkomen voor de nacht. Vandaag komt ze uit VilaNova de Santo Andre gefietst. Het kroegje naast de benzinepomp van Olhas had aangegeven dat wij hier zaten. Waar precies wisten ze daar niet. Ze werd naar Aldeia do Rouquenho gestuurd en zag onze hutten. De klim naar boven was steil, vandaar het lopen.

    We hebben geen plaats. Meer fietsers en wandelaars weten ons dit weekend te vinden, huis en hutten zijn bewoont.. Puck en Nicolien fietsen van Faro naar Lissabon en hebben bij ons een tussenstop, Catarina wil haar gezin de Alentejo laten zien en Filipa en Rui zijn echte wandelaars die hier de natuur ontdekken.

    Ik geef haar enthousiast het adres van Margarida in Ferreira. Een erg leuke B&B in een groen huis, midden in het stadje. Susannes schouders zakken naar de grond. Ze is moe. Nog 10 kilometer fietsen is de druppel. “OK, than I will sleep in the woods”. Haar ogen dwalen af naar het eucalyptusbos naast ons, die van mij vallen uit mijn hoofd. Natuurlijk, denk ik, waarom niet? Achter haar kleurt de lucht zwart. Een regenbui nadert.

    Je kan in onze Cabana, de overkapping bij het zwembad. Open maar het heeft een dak. Haar hangmat past tussen 2 kolommen. Ze is heel blij, ziet de donkere lucht en maakt het zich gezellig. Ik klus verder en maak daarna nog een praatje. Ze heeft kwartier gemaakt, wifi gevonden en de badkamer kunnen gebruiken. “What do I pay?“, de vraag overvalt me, moeten we hier geld voor vragen? Lachend zeg ik dat ze morgen maar moet zeggen wat ze het waard vindt.

    De ochtend geeft zon. In deze tijd kan het mistig zijn, vandaag niet. Onze ochtendrituelen zijn gedaan als we Susanne voor de Cabana in de zon zien zitten. Ik smeer een boterham met kaas (vooroordeel: ze ziet er vegetarisch uit), pak een appel van de fruitschaal en maak een grote kop heet water voor thee. Luna rent met me mee naar buiten, gaat in de knuffelstand als ze Susanne ziet. Die is enthousiast als ze het geïmproviseerde ontbijt ziet. Ze heeft niet goed geslapen, het miezerde vannacht en het lekwater van het dak druppelde haar slaapzak in. Gelukkig had ze een doekdak bij zich. De nattigheid bleef beperkt. Nu warmt ze zich aan de zon en geniet van onze prachtige stek. We praten over haar avontuur, dat ze in Duitsland af en toe in de bossen slaapt, over haar zoon, haar werk als logopedist, haar hang naar voortgaan en ontdekken. Ik vertel over onze Portugese ervaringen, de drang naar verandering, het opbouwen van o-vale-da-mudança, de financiële uitdagingen, het herdershuttenproject. We hebben het over de natuurlijke ontwikkelingen in de Alentejo, de op handen zijne mutatie van glooiend graanlandschap naar heuvels vol olijvenplantages. De bijhorende moeilijkheden met de aanplant van bomen en gewassen, de ontwikkelingen rondom irrigatieprojecten. Als voorbeeld geef ik onze verwoede pogingen om bomen te planten, de graafmachine van Chico uit het dorp, die we iedere keer moeten inhuren als we wat, hoe klein ook, willen planten. Ik vertel van de vele bomen die het uiteindelijk niet hebben gered, gebrek aan ervaring, droogte die ook ons weer overviel, de tijd van jaren die soms nodig lijkt om te kunnen vaststellen of een boom daadwerkelijk is aangeslagen.

    We lopen over het terrein, toon de slangen van de beregening. Ze ziet de soms dichtgeslibde sproeiers. Ik leg uit dat we in de winter niet sproeien en dat het een van de komende voorjaarsklussen is om het hele irrigatiesysteem weer na te lopen en vrij te maken van verstoppende residuen uit het grondwater.

    We komen bij onze laatste aanwinsten, de herdershutten. Verbaast vraagt ze hoe lang die bomen en planten rond de hutten er dan staan. Anderhalf jaar, antwoord ik. De bomen doen het erg goed. Ze zien er sterk, en gezond uit. De haag van Papyrusplanten, die het herdershuttenterras van Choupana Abilardo zoveel privacy geeft, ziet er stevig en florerend uit. De Surinaamse Kers heeft wat lichte vorstschade opgelopen maar je ziet dat ze goed in hun blad zitten. Ik zie het vraagteken op Susannes gezicht: hoezo moeilijkheden bij het planten?

    Ik vertel over de hutten, met name het ecosysteem en over de manier van watergebruik. De Papyrushaag naast de hut is onderdeel van een helofytenfilter. De bacteriën die in de grond en op de wortels van deze planten leven zorgen voor de zuivering van het douche- en waswater dat onze gasten gebruikt hebben. Ik volg met mijn hand de irrigatieslang richting hut en eindig bij de kuil daaronder. Ik laat Susanne de emmers zien waarin de “hardware” en de “software” terecht komen uit het droogtoilet. De inhoud van emmer 1 wordt gecomposteerd, emmer 2 is de “natte” opslagtank. Het daarop aangesloten systeem zorgt voor een optimale verdunning in het irrigatienetwerk rond de hutten.

    “Het groeit hier beter door het gezeik van onze gasten.” We moeten er allebei om lachen. Susanne pakt haar, inmiddels door de zon gedroogde, slaapzak in, rekent een ongekend mooi bedrag af en vertrekt. “Wat hebben wij toch altijd leuke gasten”, denk ik.

  • ongewild backstage in ons eigen dorp

    De zomer is in volle gang, het festivalseizoen weer losgebarsten in de Alentejo. De koelere avonden lokt de mensen uit hun huizen. De avonden en nachten zijn aangenaam en vol leven. Je zou het niet verwachten in een provincie die net zo groot is als Nederland en “maar” 700.000 inwoners telt. Misschien wel juist daarom dat er veel georganiseerd wordt. Mensen ontmoeten mensen, soms ook andere culturen of gewoonten. We hebben al leuke of verrassende festivals en feesten achter de rug en ik weet zeker dat er nog velen zullen volgen. Bijna ieder dorpje of gehucht kent zijn eigen zomerfeest. Het is bijna ondoenlijk om ze allemaal te bezoeken of op te noemen en er zijn hele leuke, kleine bij zoals het-festival-van-de-broodzak (festival de Talega) of het Festa de Melão waarbij Figueira dos Cavaleiros alle kanten van de meloen laat zien. Het Festa de Rio Sado, het dorpsfeest van St. Margarida do Sado is ook zo’n kleinschalig dorpsfeest waarin de Alentejanen groots en trots hun alledaagse leven tonen en dat bijzonder gastvrij met bezoekers delen. Het is bijna ieder weekend in een straal van 40km wel ergens raak en een ontzettend leuke manier om de streek te leren kennen.

    Voor ons begon het dit jaar met de nul-versie van Festival Giacometti. Een driedaags feest in ons stadje Ferreira do Alentejo waarbij extra aandacht aan de Alentejaanse muziek (immaterieel werelderfgoed) en alle facetten die daarmee raken. Dus, verrassend, ook een nachtoptreden van dansers uit het noorden van Portugal: Montesinho, raakvlakken met handambachten en zelfs moderne kunt, een verrassende mix.

    Iets minder dichtbij en niet echt in onze Alentejo, maar zeker de moeite waard, is het Festival ao Largo in Lissabon. Een week lang worden er uitvoeringen op gebied van muziek, dans en theater gepresenteerd op het plein voor de schouwburg in Chiado. Voor ons iets om ook naar uit te kijken en in ieder geval 1 avond mee te beleven. Dit jaar is het vooruitzicht een uitvoering van Carmina Burana door het Portugees symfonieorkest.

    Het leukste is als ons eigen dorpje Aldeia do Rouquenho wat organiseert. Zo is er volgende week een regionaal treffen van verschillende koren en zijn we afgelopen vrijdag naar een optreden geweest wat speciaal georganiseerd was voor de oudere mensen in het dorp. Vaak niet meer zo mobiel en zonder de transportmiddelen naar de rest van de wereld. Ons dorp bestaat uit niet meer dan 3 parallelle straten, aan de uiteinden verbonden door 2 straten daar haaks op. De middelste straat wordt bij zo’n gelegenheid altijd geblokkeerd door Het Podium. Gericht naar het enige kleine cafeetje dat ons dorp kent: Cafe Serro. Daartussenin worden een aantal rijen stoelen opgesteld waar de hele 40-koppige bevolking plaats kan nemen. Voor ons is het café aan de andere kant van het dorp en gewoonte heeft ons geleerd dat we altijd van ons uit de middelste straat inrijden om zo vlak voor Café Serro te kunnen parkeren.

    Vrijdag is het te doen: Festival de Alegria, festival van het geluk. Het begint om half tien ’s avonds. Onze laatste gasten arriveren rond tienen. We vinden het belangrijk om ze persoonlijk te verwelkomen. We zijn dus al laat. Gauw de auto in (ondanks de geringe afstand van nog geen 2 kilometer) en snel naar het dorp. Het is donker. De sterren doen hun best en de maan is weg. Groot licht dus, dan zie je de weg beter. We rijden de oprit af, slingeren linksaf het asfaltweggetje op naar ons dorp en draaien rechts/links de middelste straat van ons dorp in. Ik schrik, er staat een Podium… zonder achterwand, bandleden springen verschikt op, een heel dorp kijkt verblind en verbaast in mijn groot-licht-vergeten-koplampen. Remmen piepen, we staan stil. Ik doof mijn licht. Het optreden herpakt zich langzaam en ik tuf uiterst traag en achteruit het hazenpad af.

    We nemen ringbaan zuid, links, links, links. In het café trakteert Chico ons op een biertje. Het dorp vergeeft de verblinding. Het cafe is gezellig. Het dorp is groots in kleine dingen.

     

  • Rota Turbulência, 10 jaar onderweg: de gordijnen zijn eindelijk gewassen…

    De wasmachine draait. Ik zit in de auto te wachten tot hij klaar is. Er staan mensen ongeduldig naar mijn draaikolk te kijken. Nog 10 minuten, dan is 10 jaar geschiedenis schoongespoeld. Het klinkt absurd en het is wat het is: 20 februari 2008, het jaar dat we ons hier in Portugal vestigden. Op de locatie waar nu mijn gordijnen schoongespoeld worden stond toen bijna niets. Een scheef gezakt betonnen bankje, soms steun gevend aan een zwartgekleed oudje die met haar boodschapjes net de parkeerplaats afgestrompeld was, soms ankerpunt voor wat losgeslagen jeugd, verveeld wachtend op een van de weinige bussen van of naar school.  De parkeerplaats van toen-ook-al-Intermarché zag er verlaten uit. De supermarkt zelf stonk en leidde duidelijk aan armoede. Inmiddels is de afgebladderde gevel vervangen door nieuwe frisheid. De moderne huisstijl die iedere Intermarché nu siert. De visafdeling ruikt fris en het assortiment is vermondialiseerd…. EN ik kan tegenwoordig gordijnen wassen in een grote 18kg trommel voor “weinig”. Je kunt zeggen dat Portugal langzaam onder een vale grauwsluier uit kruipt. Het is prettig om te zien dat in dit door ons gekozen nieuwe woonland, de mensen het ook steeds beter krijgen en er een groter aanbod is van producten en luxe. De keerzijde is dat we ongemerkt opmerken dat er veel van de tradities en oude gebruiken, waar we zo op vielen, verdwijnen. De globalisering raakt dit land hoewel het altijd wel ruim, zonnig en stil zal blijven.

    De toeschouwers worden onrustig, er draait niets meer. Ik neem de wasmand uit de auto en haal mijn gordijn uit de trommel. Ik ga ze thuis ophangen. Voor de tweede keer. Ik realiseer me dat ze in de 10 jaar dat we hier wonen nooit gewassen zijn. Het kwam er niet van. Ze hingen er, onderdeel van de dagelijkse routine, onopgemerkt onderdeel van ons bestaan. Stille getuige van wat we de afgelopen jaren aan goede en slechte ervaringen hebben meegemaakt. Dat is niet helemaal juist want ons avontuur begon twee jaar eerder met de aanschaf van de grond. Er was toen nog geen huis om gordijnen op te hangen, wel de plannen en het enthousiasme over de plek, de stilte, de rust, iets nieuws opzetten met z’n tweeën. Na jaren dromen startte de realisatie en het over de grens gaan. Ineens stonden we in onze wei: een heuvel van 12 meter hoog, een stroompje, 35 olijfbomen e-mais-nada. We kenden de plek vanuit de zomer in 2005. Dor, droog, bruin, distels en zilver grijsgroen van olijvenbomen. Weerbarstig joeg de wind zijn typisch Alentejaanse tornado’s vol stof en eucalyptusfris over het land. ONS land. In maart 2006 kwamen we terug om te tekenen. De lente frisheid spatte van het land. Regenwaterstroompjes liepen over de weg, de beek was gevuld en 10 meter breed, 50 kleuren groen. Op ons terrein overal kamille, alom nieuw leven en wij waren daar onderdeel van. Het begon te groeien. Het ouderlijk bezoek in juni (wat gaan die kinderen nu weer doen), praten over plannen, de boorput, hulp van Portugese zijde, de stadsarchitect, familie-interesse, de caravan brengen met “ons pa”, het pomphuis, de eerste irrigatie met behulp van onze kunst-vrienden, BBQ-en op ons eigen terrein, steun uit de buurt, nieuwe vrienden, dorpsgenoten, onze honden: het gaf ontzettend veel positieve energie. Genoeg om de voorbereiding om te zetten in weloverwogen daden en 10 jaar geleden definitief hier te komen. Natuurlijk waren er ook trubbels en ik zou een neus hebben in het kwadraat van die van Pinokkio als ik beweerde dat we er nooit doorheen zaten. Gelukkig hadden we elkaar, goede vrienden, fijne familie, hele goede onderaannemers en contacten met oude collega’s in Nederland waardoor we verschrikkelijk veel veerkracht en mogelijkheden kregen om onze droom te blijven realiseren…… EN we hadden de overkant.

    De overkant, de andere kant van ons dal, of moet ik zeggen de tweede heuvel op ons terrein. Van pallets hebben we 2 stoelen gemaakt op de top. Ons rustpunt. Uitkijkpunt naar heuvel een. Onze Mirador, vanwaar we de resultaten van onze arbeid rustig konden bezien. Stilteplek, brenger van nieuwe hoop en kracht als het even tegenzat of we moe waren van het werk. Het gastenhuis kwam af met hulp van collega’s, ons eigen huis volgde maanden later, de gordijnen werden opgehangen. Onze eigen, veilige plek een feit.

    De gasten kwamen, brachten enthousiasme mee en meters geduld. Het terrein werd ontwikkeld, het zwembad, de cabana, de pizza-oven. Het huizenbestand mochten we uitbreiden en beheren, eerst een, later een tweede. Er kwamen meer gasten, er kwamen gasten terug, soms wel voor de zevende keer (hoe mooi is dat?). Af en toe splitsen onze wegen in twee gescheiden rijbanen dezelfde richting in. Er moet worden bijverdiend in Nederland, gedraaid worden in Portugal. Gevolg van een keuze en brenger van nieuwe ontwikkelingen: De Herdershut. Inmiddels hebben we er 2: Choupana Abilardo en Choupana ChicoZé. Beide hutten, gebaseerd op oude wagens uit de streek en vernoemd naar schaapherders uit de buurt die we de afgelopen 10 jaar hebben leren kennen en helaas ook weer moesten loslaten: herder zijn is een uitstervend beroep.

    We zijn weer thuis. Hangen het gordijn op. Tien meter parelgrijs verduisteringsdoek met een hoogte van tweeënhalve meter. De wasbeurt, in samenwerking met het sterkere uv-licht hier, heeft iets moois toegevoegd aan de stof. Het is frisser, schoner en er zit een interessant patroon aan de achterzijde van het anders zo effen grijze gordijn. Het lijkt of een kunstenaar een motief heeft geëtst in de backout-laag. Delen zijn weggespoeld en vormen het motief van een groot bladerdak waar de zon doorheen speelt. We worden er vrolijk van. Zon en Schaduw die samen iets nieuws en moois creëerden: een nieuw gordijn met 10 jaar ervaring. We gaan het andere gordijn ook doen.

  • Nieuwjaars Duik o-vale-da-mudança

    De oliebollen, de champagne en de swingende, opzwepende klanken van Nelson Freitas, suizen nog lichtelijk na in mijn hoofd. Het oud en nieuwfeest op het Praça de Republico in Beja, viel ook dit jaar weer in goede aarde. Gezelligheid, fijn publiek, aangename temperatuur en een fantastisch vuurwerk luidde voor ons, en vele anderen, het nieuwe jaar in.

    De korte nachtrust die volgde weerhield ons er niet van om na te denken over de actie die o-vale-da-mudança zou gaan doen om het nieuwe jaar een bruisende start te geven.

    Het zonnetje zorgde al vroeg voor een hele prettige warmte. De gasten in Casa a Oliveira genoten al in de zon op hun ontbijtterras en ook in de beide Choupanas dos Pastores was al beweging te bespeuren. De gasten van Choupana Abilardo zaten heerlijk te genieten van een zonnig ontbijt en zwaaide vrolijk naar ons toen we buiten kwamen. De dames hadden bij aankomst al aangegeven dat ze de jaarwisselingsgekte en -hectiek in Lissabon wilde ontvluchten en heerlijk met z’n tweeën wilde genieten van de rust en de natuur en dat gold ook min of meer voor het stel dat deze dagen Choupana ChicoZé bewoont.

    Rust, natuur, geen massagebeuren……… dat past niet bij ons idee voor een heuse o-vale-da-mudança-Nieuwjaars-duik….. Wat te doen? Wij waren wel toe aan een heerlijke frisse ervaring. We voelden de koude natheid bij wijze van spreken al onze energie stimuleren…. Alleen ons zwembad, dat was niet zo’n goed idee…… het waterpeil stond in een lage winterstand en dat doet zeer bij het duiken.

    Waarom niet naar zee? Het is een klein eindje, een autotrip van krap drie kwartier en dan zijn we in Porto Covo met zijn heerlijke stranden tussen imposante rotspartijen. Lekker besloten met een prachtig zicht op de Atlantische oceaan. Fris turquoise, ruige golven, verlokkelijke schuimkoppen een Nieuwjaars duik meer dan waardig.

    Het was moeilijk kiezen welk strand ten noorden van Porto Covo we uiteindelijk zouden nemen om in alle rust onze Nieuwjaars duik te ondergaan: praia do Salto, praia da Cerca Nova of toch praia do Samoqueira. Prachtige inhammen tussen brokkelende rotsen, mooi, ruig en verfijnd tegelijk. Uiteindelijk werd het Praia Grande do Porto Covo. Royaal, iets meer mensen dus sociale controle, altijd prettig mocht je toch bevangen worden door het al te koude vocht.

    Het was aangenaam warm in de baai, de sjaals gingen af, gevolgd door de truien….. We hadden er beiden ontzettend veel zin in, zelfs ik, die nog niet eens van de rand van zijn eigen zwembad durft te springen. Het ging traag. De branding rolde met regelmatige donderslag op het witte zand. Luna rende er achteraan en hapte in het schuim. Eindelijk waren wij ook zover. Nog even en dan…….

    We doken gretig op het koele, witte schuim. Wat is een fris koud pilsje toch zalig als je op een warm terras in het zonnetje zit te genieten van dat prachtige uitzicht op een onstuimige zee. Wat ons betreft mogen er nog meer “Nieuwjaars duiken” volgen dit jaar.

    Strandtent Praia Grande do Porto Covo, ideale uitvalsbasis voor een “nieuwjaars duik”

  • schatzoeken in de Alentejo

     

    Het is zaterdag. De drukte van de eerste juni-weken ligt achter ons. Het aangrijpende nieuws van de branden van Pedrogão Grande is bezig een plaats te krijgen in de Portugese geschiedenis en de hitte van de afgelopen dagen maakt plaats voor een aangenaam koele ochtend. We gaan fietsen. Even ontspanning. Iets leuks doen met onze gasten: Geocaching.

    Alweer een paar maanden geleden dat we dat voor het laatst gedaan hebben en het leuke is dat je nog eens op plaatsen komt die je anders niet zo snel zou aandoen. Ooit hebben we een cache gezocht bij een stuwmeer bij ons in de buurt: Lagoa Vermelha en hebben we, als een stel paria’s, rondgedoold op de rotonde van Canhestros. Al tastend en voelend de decoratieve betonnen huisjes afgelopen op zoek naar een aanwijzing van een cache die duidelijk niet op de rotonde lag, of onze eerste ervaring met deze moderne vorm van schat zoeken: even een probeersel op de trappen naar het mooie kerkje op de heuvel van Aljustrel. Het is fun en erg ontspannend. Inmiddels lid van de geocache community en een tijdje geen actie dus prima om op deze zaterdag onze gasten erin mee te slepen.

    Het is koel, een aangename 25 graden droge warmte. Onze fietsen zijn gesmeerd en voor onze gasten hebben we Trek-mountainbikes geregeld. We verlaten o-vale-da-mudança en duiken meteen het naastgelegen zandpad in. Via de velden en het ontwakende bos hobbelen we door een droog riviertje en over een mooi glooiend graanland richting olijfgaard. Hier koersen we dwars doorheen en komen uit op een stenig pad. We slaan rechtsaf naar Ferreira do Alentejo, wat wij alleen weten want het staat niet aangegeven. Ik zoek de aansluiting naar een asfaltweg linksaf. De beloning volgt spoedig en we suizen, na de inspanning van de zandpaden en de olijvengaard, heerlijk over glad asfalt en via vals-plat naar beneden. Prachtig landschap van olijfgaarden, zonnebloemvelden en meloenaanplant. In de verte zijn wat mensen aan het werk. Irrigatieslangen worden aangesloten, vogels fluiten. De aandacht wordt getrokken door de markante hoge riedel van de bijeneter en spoedig zien we een vlucht van deze mooie blauwbronzen vogels over ons heen trekken. We steken de hoofdweg over en volgen onze asfaltweg, licht glooiend en slingerend tussen de olijven door.

    Barragem do Monte Branco. We rollen uit en stappen af bij de servicetoren in het meer, drinken water en kijken naar de zwaluwen. Ze worden enigszins onrustig van onze aanwezigheid. Er komen hier kennelijk weinig mensen. De cache ligt begraven…… Tja, ga dat zelf maar eens ontdekken. Een iets gehavende schat. Het doosje mist wat clips waar het mee dichtgeclickt kan worden. Ik schrijf mijn naam in het minuscule logboekje en berg het weer waterdicht op.

    We rijden weer een stukje terug en vervolgen via een waterkanaal. Hier ligt een uitstekend befietsbare serviceweg, waterpas. We twijfelen, rechtsaf naar Figueira dos Cavaleiros of linksaf naar Olhas. De koffie lonkt en de keuze is veel omrijden of iets minder. Het wordt minder. Voor een oude Monte pikken we het irrigatiekanaal weer op.

    We komen langs een prachtig, statig wit huis met 2 verdiepingen. We zien het in de verte liggen. Monte Branco. Ineens zijn we bij het tweelingmeer van de eerste: Lagoa Vermelha. De verborgen schat laten we links liggen (onze naam staat al in het logboekje) en vervolgen over grind, gruis en hard zand, langs oude boerderijen en nieuwe amandelaanplant. In de verte blakert Olhas met zijn markante 60er jaren watertoren. Daarvoor ligt Aldeia de Ruins met een benzinepomp en vooral koffie.

    De pasteis de natas, het water en de cafès gingen er rapper in dan we fietsten. Nog even door het dorpje. Altijd leuk om de smalle straatjes te laten zien en de wonderlijke mix van melancholisch vervallen huizen en vermoderniseerde pandjes in je op te nemen. In een van de straatjes smeult een churrasco. Geuren van gegrild vlees maken onze honger los maar we rijden toch nog even door naar een plek waar we een huiskamercafeetje weten. Hier zou je ook kunnen eten, althans dat deed onze aannemer ook altijd…… jaren geleden. De deur met het woord aberto (=open) zit dicht en als we even twijfelen komt er een vriendelijk dametje in tekenend Alentejaans keukenschort, de deur van het slot halen. Ze is inderdaad gesloten en nee, almoços doet ze niet meer. Ze verwijst heel vriendelijk naar de eerder geroken BBQ. We retourneren onze weg. Kijken verlekkerd naar het rooster op het half open gezaagde olievat. Het lijkt wel een gevonden schat op onze geocaching tocht. In de deuropening spreken we een man aan met grijs haar en , volgens onze fietssters, prachtige ogen. Hier kan geluncht worden, waarschijnlijk ook over een uurtje. We gaan even onze fietsen thuis neerzetten. Het is pas 12 uur. Iets te vroeg voor een warme lunch.

    De loomte slaat toe. Na 2 uur nemen we de auto om onze laatste schat nader te gaan bekijken en te proeven. Het is wat spannend. Het zou zomaar kunnen zijn dat de lunch voorbij is. Waar parkeer je de auto zonder de straatjes te blokkeren, hoe ontwijk je de honden zonder krassen op muur of autolak. We zetten hem maar even aan de rand van het dorp en lopen de laatste 200 meter….. Ja, we zijn al aardig verportugeest. De Sociedade desportivo de Aldeia de Ruins lijkt bij binnenkomst uitgestorven te zijn. Wel zit er een stel te eten in een ander deel van de ruimte. Een wand van houten schotten en een groot glazen vlak voorkomt dat we te dicht bij kunnen komen. Achter in de zaal hoor ik geluiden die duiden op meer ruimten. We lopen door. Een kleinere ruimte, een lange toonbankachtige bar of barachtige toonbank domineert. Verder een tafeltje waar twee mooie Braziliaanse meisjes iets wazigs doen met mobiele telefoontjes. De tv vlaagt beelden van een soap en een oudere dame komt vraag-pratend op ons af. “Esta posível para almoçar já” probeer ik. Het oudste Braziliaanse meisje staat al mobielend op, loopt naar de toonbankbar en probeert  beeldschermend een houten hekje te openen, erdoor te gaan en weer te sluiten alsof ik een klein vals hondje ben dat haar in haar benen wil bijten. De oude vrouw vertelt ondertussen dat ze haar moeder even thuis opbelt om te vragen of een lunch er nog inzit. Ondertussen mogen wij plaats nemen in de ruimte achter het glas. Een deel van de lange tafel wordt voorzien van papieren tafelkleed en bier en witte wijn wordt gebracht. We zitten in beeld. Wat dorpsbewoners nemen plaats aan de andere kant van het glas. Het lijkt theater. We voeren een stuk op over eten en buitenlanders. De Braziliaanse mama heeft een heerlijke Frango a Pasarinho gemaakt, met verontschuldiging want er was niets anders. Wij genoten, de kip niet meer.

    De tafel wordt afgeruimd. Een van de dorpsbewonende toeschouwers betreed ons toneel en haalt met onvaste hand de borden weg. Er is koffie, buiten op het bankje voor het huis. de koffie wordt gebracht. De kopjes blijven op de schoteltjes. We raken aan de praat. Ze komt er bij zitten. Een naam, een leven, emotie, een lach, traan, Engels , Duits, Portugees, punk, zelfkant. Foto’s van zus, neven, nichtjes komen voorbij, gegoede familie en armoede, succes en zwarte schapen. Het blijkt een schatkist over een leven als uit een boek. Een schat die niet via de geocaching site beschreven is maar wel de meest indrukwekkende die we vandaag zo hebben gevonden.

     

  • Valentijn’s beton

    De poort van Ninho da Cegonha sluit achter ons. Onze gasten zorgen een nacht voor huis, haard en hond. We rijden het korte zandpad af en draaien rechts de smalle asfalt weg op. Kurkeiken en glooiende akkers. We passeren Olhas en slaan bij de 2e groene container linksaf richting Lissabon. Anderhalf uur later parkeert Margriet de auto op het trottoir voor het hotel van een Franse keten. Bekende kwaliteit dicht bij mijn doel voor morgen. De receptie hangt vol met hartjes en er is een welkomstvoucher voor twee glazen champagne. Wat gebeurt hier en kijk Margriet vragend aan. Ze kijkt lachend terug…. We gaan eten, happen sushi en ander Japans. Ook hier harten, rozen en rood. 14 februari, “Dia dos Namorados”, de Portugezen zijn er dol op. Ik heb de romantiek van een blok beton.

    Het is 6 uur. Ik spring uit bed met de snelheid van een slak in slowmotion, het moet. Buiten en beneden houd ik een taxi aan. “Muito caro” roept de chauffeur. Zijn zoon is er bevallen, althans diens vrouw, van zijn eerste kleinkind. Voor de tweede werd het een ander ziekenhuis. De ontvangsthal is leeg, de balie onbemand, het nachtlicht brand. Een pijl verwijst naar links, “emergencia”. Ik twijfel, wordt teruggestuurd. Wachten is mijn deel.

    Eerder ontdekte ik een vreemde verdikking naast het-eiland-der-edele-leden. Ik stond voor de spiegel, het hoogseizoen begon. Het schrijnde soms licht. Toen onze olijvenpluk voorbij was en de stilte kwam besloot ik om er in Nederland wat aan te doen. Waarom? Was het gebrek aan vertrouwen in Portugese geneeskunst? Angst omdat alle oude mannen van ons dorp niet meer terugkwamen uit het naburig ziekenhuis. Vaarwel Chico, bult in zijn nek. Vaarwel Abilardo, bult op zijn hart. Vaarwel Mendes, bult in zijn long…. Was het het vreemde kraambezoek aan een net bevallen vriendin: een veel te hete kamer vol krijsende en kreunende bevallenen. Militairen voor iedere kamerdeur en toegang voor een enkele bezoeker per keer? Was het de uitstraling van ons Centro de Saude. Een jaren 50 monument der antieke geneeskunst waar de microben je van alle kanten belaagden als je door de klapdeuren naar binnen liep? Was het gewoon praktisch? Een dagbehandeling in een liesbreukcentra in Nederland gedurende mijn verblijf in december? Of was het een onder- of onbewust gevoel van superioriteit als het ging over medische wetenschap in beide landen? Dat laatste zou schandelijk zijn weet ik en toch had ik alles op orde voor de kleine operatie in Nederland. Zelfs de verwijsbrief van mijn Portugese huisarts vertaalde ik. Ik moest afblazen. Mijn verzekering betaalde en bepaalde anders.

    In januari start ik de procedure voor een behandeling hier. Het moet in Lissabon gebeuren. Paulo Roquete wordt mijn chirurg. Het schept vertrouwen, iemand met zoveel ruimtevaart technologie in zijn naam. Ik fantaseer zijn technische uitleg: via een sneetje naast de navel start het videoduikbootje van professor Barrabas de tocht door mijn laagje buikvet, op zoek naar de Marianentrog met het zich roerende monster daar ver in de diepte, vlak naast het eiland der edele leden. Na lokalisatie komt het onderzeefregat van kaptein Haddock, via een heupsnee en tussen huid en buikwand, om een groot net over de kloof te gooien en zo het monster op zijn plaats te houden. Tot slot is er nog een kleine incisie nodig tussen de navel en het eiland-der-edele-leden. Kuifje en Bobbie zouden zich in hun duikpakken in de vettige lava begeven, het net fixeren en het gevaar blijvend bezweren. Stripboeken lezen paste niet in mijn opvoeding.

    Beweging achter de receptiedesk, een vriendelijke jongen stuurt me naar boven. Lift 1. De volgende is aan de beurt. Ik struin naar de lift, druk op glazen plaatjes met rondjes en neem geen beweging waar. Druk nog eens op het beronde glasplaatje en wordt op mijn schouder getikt. Het gezicht van de vriendelijke receptiejongen kijkt me licht-meewarig aan en wijst me naar de personenlift nr 1, net om de hoek. Toch nerveus?

    De formaliteiten zijn kort. Uitleg over de opname. Een luxe eenpersoonskamer, kostbaarheden worden in bewaring genomen. Ik kleed me om in de spullen die de verpleegkundige me gaf en ga op bed liggen. Acht uur, 2 groene mensen cart-racen me door het ziekenhuis. Plafonds met weggewerkte tl-armaturen, onderkanten van bovendorpels, stucwerk, roosters en rasters. Diagonaal links loopt een verpleegster mee in mijn gezichtsveld. Ze heet Eleanor zegt ze. Een praatje, engelse uitleg, controlevragen. De lift. “Mind the gap between the train and the Railway station” herinner ik een vakantie in Hong Kong als ik in de spleten kijk tussen lift en schaft. We zakken, we stijgen? Mijn behendige coureur parkeert me tegen een wand. Wenst me good luck en tikklopt vriendschappelijk op de greep van mijn bed als teken van afscheid. Koude overvalt me, een andere verpleegster hangt een zak vloeistof aan de bedstang en een luchtslang onder mijn lakens. Aangenaam warme lucht wordt mijn bed ingeblazen. De chirurg komt langs, stelt me gerust in Engels en Portugees.

    Het plafond van de OK is van roestvast staal. Er hangt een stalen octopus in het centrum van geperforeerde platen. Ik wordt in positie gereden. Op zijn kop verschijnt het jonge, vrolijke hoofd van Rui voor mijn ogen. “I am your anesthesist,  hope you are comfortabel” . Ik wijs op mijn oren en zeg dat ik mijn hoorapparaten nog in heb. “Don’t worry, it is coming allright”. De narcose dondert als een tropische nacht mijn lijf binnen.

  • (3 en slot) Cadeaus…..

    Langzaam ontwaken in Coimbra. Stadsgeluiden dringen gedempt de kamer binnen. Nagenieten van “tapas nas costas” en me afvragen wat die bijzondere tapa “camarão com gulas” was. Het deel garnalen is duidelijk maar gulas….? Toen het geserveerd werd keek Margriet me aan met een blik die deed vermoeden dat ze hetzelfde dacht als ik: WORMEN. We hebben het gegeten, het was lekker.

    Uitchecken en naar Aveiro. Bergen maken plaats voor plat. Waterland, lucht, licht. De snelweg poot zich door moeras. Links ligt een kanaal en verbouwde pakhuizen. Laag en uitgestrekt. Met een bocht draaien we de weg af en Aveiro in. De moliceiros, het beeldmerk van dit noord Portugese Venetië, dobberen tegen de hardstenen kademuren. De zon speelt sterretjes in het rimpelende water en wij draaien een rondje over de rotonde aan het begin van het centrum. Oude huizen in Arte Nova stijl vallen op in de gevelrij. We rijden aan de andere kant van het water terug naar het Jardim do Rossio. Voor ons hotel “O Moliceiro” parkeren we en lopen de stad in, inchecken kan en komt later wel. Avenido Dr. Lourenço Peixinho is een catalogus van laat 19de en begin 20ste -eeuwse Arte-Nova panden. Vervallen, verminkt of op een geweldig mooie manier gerestaureerd. Laagbouw van 2, soms 3 bouwlagen, afgewisseld met flats uit de vijftiger en laat-iger jaren van de vorige eeuw. Ongekende schoonheid en lelijkheid die elkaar in een ingewikkeld complementair systeem versterken. Als het gevoel van verkeerde-kant-oplopen de overhand dreigt te nemen staan we ineens voor het Estação Aveiro. Een feest van blauw-witte azulejos spat van de vaalwit geschilderde gevels. Een prachtig beeldverhaal over Aveiro en haar omgeving uit de tijd dat het gebouwd werd. Het oude station is op gepaste wijze aan de kant gezet door moderniteit. Naast deze oude, fragiele dame is een moderne terminal gebouwd. We bekijken het contrast vanaf een terrasje. Caffè en ovos molho.

    We volgen het spoor naar rechts en eindigen bij de oude ceramiek fabriek van Jeronimo Pereira Campos. Stadvernieuwing rond dit industrieel erfgoed. De fabriek biedt nu onderdak aan het stadskantoor en heeft een prachtig uitzicht op een van de oude watergangen, een modern park en dito woontorens. We wandelen wat rond en zien rechts van het gebouw een imposante trap-zonder-einde. Vier meter brede marmeren treden leiden naar….. ? Nieuwsgierig stappen we naar boven. Halverwege de trap, die de spoordijk opgaat, zien we het begin van een graffiti muur. Waar gaat dit heen. Het trekt, het vraagtekent…. Onbegrijpelijk kijken we elkaar aan. De majesteitelijke trap gaat plots over in een amper 1 meter breed pad. De steeg loopt langs de eerste verdieping van de oude fabriek. We vervolgen, kijken gegeneerd de kantoren binnen die zich schaamteloos openstellen achter de gerestaureerde gietijzeren vensters. Af en toe blikvangen we een paar verbaasde ogen. We lopen vast. Een spijlenhek verspert onze weg en bakent een klein bordes af waar bakjes kattenvoer, water en wat planten doen vermoeden dat hier de Quasimodo van Aveiro woont. Teleurgesteld maar ook tevreden in Het Weten, lopen we weer terug en de trap af. Aangekomen bij de onderste traptrede loopt ineens het hele stadskantoor leeg. Het muntje valt bij ons: de gevangengehouden ambtenaren mogen niet eerder weg dan wanneer iemand het geheim van de trap-zonder-einde heeft gekraakt.

    Blij dat we dit voor de ambtenarij van Aveiro hebben kunnen doen, lopen we terug door het parkachtige landschap. Slenteren even door een modern winkelcentrum en checken in bij hotel O Moliceiro. Prettig, behulpzaam personeel en een aangename kamer. Wit, licht en uitzicht op park, water en boten. Tijd om ons even onder te dompelen in de weldadige rust van deze oase om daarna weer fris verder te banjeren door deze voor ons steeds minder onbekende stad.

    We zigzaggen door de straatjes en steegjes achter ons hotel. Mercado de Peixe, Arte Nova, huisjes, azulejos, traditie, architectonische verrassingen, kleinschalig en groots. We vallen van verbazing in verrassing en weer terug. We drinken lokaal speciaalbier op de Praça de 14 Julho en eindigen in restaurant Sombras Salgados. Werelds gegeten. Even geen gegrilde porco preto of andersoortig Alentejaans lekkers. Nog een laatste borrel in de bar van het hotel. Aquardente velha verdampt onder de pianoklanken van Sinatra en consorten. De witte lakens in onze kamer hebben ineens een verleidelijke aantrekking. We kruipen naar boven en ploffen op bed. Een klop. Dove-ik hoort het nauwelijks, Margriet twijfelt. Een tweede klop. Voorzichtig open ik de deur. Ik kijk in het lachende gezicht van de barman. Mijn blik daalt af naar dat wat hij vasthoudt. Vragend kijk ik weer op en zeg verbaast “este não e para nos!”. Hij schiet in de lach, reikt het dienblad aan en zegt  “Sim, sim e para a aniversaria de sua mulher”. Beduusd pak ik het blad van hem over en breng het naar Margriet, achter me hoor ik discreet de deur dichtgaan. Oplettend en betrokken heeft men in het paspoort van Margriet gezien dat ze vandaag jarig is. Verrast drinken we de glazen champagne en eten chocoladecake en aardbeien. Wat een geweldig attent personeel en wat een super hotel.

    Het ontbijt is royaal, de zon schijnt. We bedanken het personeel voor de attente zorg en nemen de mooie verjaardagsroos mee. De volgende ontbrekende stukjes in de Aveiropuzzel wachten. We rijden richting universiteit.  Op de Avenida Artur Ravara komen we in botsing met weer een verrassing: een landschappelijke brug in het stadspark. Op stalen boomstammen slingert zich een spectaculair wandelvlak tussen de boomkruinen. Voetgangers kunnen op een hoogte van zo’n meter of 7 ongestoord van het oude, traditionele Parque Infante Don Pedro naar het modernere Parque de Santo António aan de overzijde van de avenida wandelen terwijl de perforaties van de strekmetalen bodemplaten steeds een andere blik bieden op het park en de avenida onder hen. Prettig gestoord door deze inspirerende landschapsbrug rijden we door naar de universiteitscampus, zien moderne gebouwen en genieten van de strakke architectuur in de geregisseerde omgeving. We vervolgen naar Ilhavo en zoeken de gestreepte huizen, een ander beeldmerk van Aveiro. We blijken verkeerd te zijn en slingeren over onduidelijke wegen naar de A25. Uiteindelijk sturen we naar het strand van Costa Nova. Gestreepte huizen, zonlicht, zee, moderne brede avenida. Toerisme “en mas”. We nuttigen caffè en pastei de nata, Margriet is erg jarig dit jaar.

    We wandelen door dit iets te gerenoveerde deel van de Portugese kust en komen bij een mooi, bijna deconstructivistisch strandpaviljoen waar zich het Centro Cultural bevindt. We komen de culinaire gilden weer tegen die eerder aan ons voorbij trokken toen we op het terras zaten. We wandelen een stuk langs het strand. Langzaam lopen we naar de auto en rijden via binnen-weggetjes naar de tol. Afscheid nemen is moeilijk als je in zo’n korte tijd zoveel Portugese cadeaus hebt mogen genieten.

  • (2) Meer cadeaus…..

    We komen via de achterdeur Coimbra binnen….. Ze zijn vergeten de achterom op te ruimen. Een slingerende weg, schuine lantaarnpalen waarvan sommige aan zijn. Hier en daar wat zwerfvuil, zwerfkatten en natte kuilen. Als we de cloaca uitkomen stuiten we op een drukke weg die we in een scherpe bocht met het verkeer mee moeten opdraaien, tegen de richting in die we volgens Joanna moeten hebben. Het lijkt me wijselijk om met de stroom mee te rijden. We hebben inmiddels het huisnummer aangepast naar een huisnummer in de buurt van Casa de São Bento.

    We zigzaggen door de stad die statiger en fraaier wordt. We steken, per brug, de Mondego over en passeren Jardim Botánico de Universidade de Coimbra. We duiken onder een soort aquaduct door en draaien een rondje om Paus João Paulo de tweede. In het donker rijden we door de oude delen van deze prachtige stad. Ooit, lang geleden en in onze herinneringen begraven onder een dikke laag recentere vakantiebeelden, zijn we in deze mooie heuvelachtige stad geweest en kunnen ons nog de imposante universiteitsbibliotheek voor de geest halen. Tijdens het rijden doen Margriet en ik een spelletje “geheugenkraken” om nog meer memorabele Coimbra-ervaringen boven te halen.

    De buurt die we naderen geeft me een vertrouwd gevoel. Statige herenhuizen, frivool stucwerk en poederdooskleuren. Ik krijg ein ah-erlebnis van nog langer geleden. Driehonderdvijfenvijftig jaar geleden om precies te zijn. Ik studeer nog aan de kunstacademie en loop stage bij het vermaarde architectenbureau “Haus Rucker” in Düsseldorf. Dit was gevestigd in een prachtig pand aan de Rijn in de chique wijk Ober Kassel.

    Nu rijden we Rua de Tomar in. Rechts van ons volgt een meters hoge muur van brokken graniet. Er steekt op de helft van de straat een merkwaardig glazen doosje uit in jarenvijftig stijl. Vreemd denk ik maar krijg de kans niet om er dieper over na te denken, aan de linker kant ziet Margriet het licht blauw van Casa de São Bento. Bestemming bereikt, parkeren geen probleem. Beschut tegen de granieten muur en onder toezicht van het vreemde glazen doosje.

    We komen de tuin van Casa de São Bento binnen door een wit smeedijzeren hek. Het prachtige 19de eeuwse gebouw is smaakvol gerestaureerd en op een moderne manier aangepast aan huidige tijd en functie. De kelder is gedeeltelijk uit gegraven. Door grote ramen zien we de receptie. We gaan de diepte in. “Prettig en mondiaal ingericht en mooi van kleur en materiaalkeuze” denkt deze vakidioot terwijl Margriet al bezig is om de receptionist te complimenteren over de aangename moderne verassing van Casa de São Bento.

    We gaan via de oude keldertrap, die nieuw is om zo op natuurlijke wijze aansluiting te krijgen bij de grandeur van de echte oude trap die alle verdiepingen op een grootse manier met elkaar in verbinding brengt. De moderne aanpassingen zijn geheel in stijl. Hoge deuren, fraaie strakke belettering, moderne kunst. Onze kamer is geweldig. Terwijl ik de deur open, stap ik in de wereld van driehonderdvijfenvijftig jaar geleden. Baron-Graf Dieter Claus von Richthofen… jong, gescheiden en armlastig…. Kamerverhuur, maar jongens wat een prachtige kamer. Een kamer in Ober Kassel, brede grenen, blank gelakte vloerplanken, hoge witte muren en een schuifraam met luiken, uitzicht op boomkruinen…

    We gaan eten. Margriet heeft een tapas-restaurant ontdekt op internet dat we nu niet-virtueel gaan zoeken. De frisse avondlucht en de stevig hellende straatjes uit een ver verleden brengen me naar het nu. We hebben trek. We dalen af naar “tapas nas costas”.