• Vrouwen hebben een kleiner brein…..

    “Vrouwen hebben een kleiner brein dan mannen, maar hun hersenen werken efficiënter”. Triomfantelijk buitelt het mailtje onze vrienden-WhatsApp-groep “G. Rardus” binnen. Margriet stuurt het middels een fotootje, met bronaanduiding: University of Cambridge. De bronaanduiding is even vaag als de stelling zelf. Dat geeft voldoende bodem voor hilariteit. Mijn tegenargument, waarom er dan zo weinig vrouwen in de top van het bedrijfsleven zitten, wordt met gehoon en tekstueel gejoel ontvangen door ons feminiene deel.

    Vriendin A prikt terug: “ik zie daar bij “o-vale-da-mudança” toch ook een topvrouw”. Ik kan dat niet ontkennen maar het dekt niet mijn standpunt. We hebben een top bedrijf en oogsten veel waardering bij onze gasten maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat we, globaal gezien, toch een heel klein, om niet te zeggen microscopisch, flintertje zijn in de o-zo-grote-toerismebranche.

    “Vrouwen hebben een kleiner brein dan mannen, maar hun hersenen werken efficiënter”. Ik sta onder de douche, overdenk de stelling nog eens. We gaan zo naar Lissabon. De vernissage van mijn expositie “eqiulíbrio”. Mijn gedachten worden onderbroken. “Hallo, HALLO… wat zal ik aan doen”. Onder stromend water hoor ik niet, mijn apparaten kunnen daar niet tegen. Ik steek mijn hoofd uit de waterstraal, ik heb twee keuzes: “Dat groene jurkje of mijn spijkerrok”.

    Ik denk: mijn vernissage, Lissabon, wereldstad, mondain. Doe die strakke, groene jurk maar, die staat je zo sexy.

    “Wat is er mis met mijn spijkerrok? Vind je die niet goed”

    ZUCHT…….

    Ik steek mijn hoofd weer in de straal: “…efficiënter?”.

  • ongewild backstage in ons eigen dorp

    De zomer is in volle gang, het festivalseizoen weer losgebarsten in de Alentejo. De koelere avonden lokt de mensen uit hun huizen. De avonden en nachten zijn aangenaam en vol leven. Je zou het niet verwachten in een provincie die net zo groot is als Nederland en “maar” 700.000 inwoners telt. Misschien wel juist daarom dat er veel georganiseerd wordt. Mensen ontmoeten mensen, soms ook andere culturen of gewoonten. We hebben al leuke of verrassende festivals en feesten achter de rug en ik weet zeker dat er nog velen zullen volgen. Bijna ieder dorpje of gehucht kent zijn eigen zomerfeest. Het is bijna ondoenlijk om ze allemaal te bezoeken of op te noemen en er zijn hele leuke, kleine bij zoals het-festival-van-de-broodzak (festival de Talega) of het Festa de Melão waarbij Figueira dos Cavaleiros alle kanten van de meloen laat zien. Het Festa de Rio Sado, het dorpsfeest van St. Margarida do Sado is ook zo’n kleinschalig dorpsfeest waarin de Alentejanen groots en trots hun alledaagse leven tonen en dat bijzonder gastvrij met bezoekers delen. Het is bijna ieder weekend in een straal van 40km wel ergens raak en een ontzettend leuke manier om de streek te leren kennen.

    Voor ons begon het dit jaar met de nul-versie van Festival Giacometti. Een driedaags feest in ons stadje Ferreira do Alentejo waarbij extra aandacht aan de Alentejaanse muziek (immaterieel werelderfgoed) en alle facetten die daarmee raken. Dus, verrassend, ook een nachtoptreden van dansers uit het noorden van Portugal: Montesinho, raakvlakken met handambachten en zelfs moderne kunt, een verrassende mix.

    Iets minder dichtbij en niet echt in onze Alentejo, maar zeker de moeite waard, is het Festival ao Largo in Lissabon. Een week lang worden er uitvoeringen op gebied van muziek, dans en theater gepresenteerd op het plein voor de schouwburg in Chiado. Voor ons iets om ook naar uit te kijken en in ieder geval 1 avond mee te beleven. Dit jaar is het vooruitzicht een uitvoering van Carmina Burana door het Portugees symfonieorkest.

    Het leukste is als ons eigen dorpje Aldeia do Rouquenho wat organiseert. Zo is er volgende week een regionaal treffen van verschillende koren en zijn we afgelopen vrijdag naar een optreden geweest wat speciaal georganiseerd was voor de oudere mensen in het dorp. Vaak niet meer zo mobiel en zonder de transportmiddelen naar de rest van de wereld. Ons dorp bestaat uit niet meer dan 3 parallelle straten, aan de uiteinden verbonden door 2 straten daar haaks op. De middelste straat wordt bij zo’n gelegenheid altijd geblokkeerd door Het Podium. Gericht naar het enige kleine cafeetje dat ons dorp kent: Cafe Serro. Daartussenin worden een aantal rijen stoelen opgesteld waar de hele 40-koppige bevolking plaats kan nemen. Voor ons is het café aan de andere kant van het dorp en gewoonte heeft ons geleerd dat we altijd van ons uit de middelste straat inrijden om zo vlak voor Café Serro te kunnen parkeren.

    Vrijdag is het te doen: Festival de Alegria, festival van het geluk. Het begint om half tien ’s avonds. Onze laatste gasten arriveren rond tienen. We vinden het belangrijk om ze persoonlijk te verwelkomen. We zijn dus al laat. Gauw de auto in (ondanks de geringe afstand van nog geen 2 kilometer) en snel naar het dorp. Het is donker. De sterren doen hun best en de maan is weg. Groot licht dus, dan zie je de weg beter. We rijden de oprit af, slingeren linksaf het asfaltweggetje op naar ons dorp en draaien rechts/links de middelste straat van ons dorp in. Ik schrik, er staat een Podium… zonder achterwand, bandleden springen verschikt op, een heel dorp kijkt verblind en verbaast in mijn groot-licht-vergeten-koplampen. Remmen piepen, we staan stil. Ik doof mijn licht. Het optreden herpakt zich langzaam en ik tuf uiterst traag en achteruit het hazenpad af.

    We nemen ringbaan zuid, links, links, links. In het café trakteert Chico ons op een biertje. Het dorp vergeeft de verblinding. Het cafe is gezellig. Het dorp is groots in kleine dingen.